Niveau A, hoofdstuk 5: Beschrijven en uitleggen
Deze les is ook handig!
De informatie gaat over eigenschappen, redenen en oorzaken.
Met deze woorden kan je veel uitleggen.
Je gebruikt dit vocabulaire in nieuwe zinstructuren.
Met deze zinstructuren en inversie zinstructuur, hebben we alle 4 de structuren van het Nederlands behandeld.
This lesson is also handy!
The information is about characteristics, specs, reasons and causes.
With these words you can explain a lot.
You’ll use this vocabulairy in new sentence structures.
With these sentence structures and reversed sentence structure, we’ve covered all 4 the sentence structures of Dutch language.
In deze les leer je
- woordparen
- comparatief en superlatief en
- een vergelijking maken
- because: want en omdat
- if en when: als en wanneer
- in order to, to do: om te.
Aan de slag! Get to work!
Hieronder vind je je wallpaper voor het toilet of de koelkast:
De tegenstellingen en correlaties om te printen.
