Niveau A, hoofdstuk 3: Winkelen
Hoe gaat het?
How are you doing?
Hopelijk wordt de Nederlandse taal een beetje duidelijker en heb je meer contact met je Nederlandse teamgenoten?
Hopefully, Dutch is becoming a bit clearer for you and you find yourself more in contact with your Dutch peers?
In deze les leer je vocabulaire om te gebruiken in winkels, bij de kassa, en op online winkels.
In this lesson, you’ll learn vocabulairy to use in shops, at the cash (pay) desk, and voor online shops.
- vocabulaire voor in winkels en op de markt
- luisteren naar een gesprek in een winkel
- frequenties: momenten en tijdindicators
- gesprek met een vriend met frequenties
- niet of geen
Bedenk, wat je wil oefenen in de conversatieles met je persoonlijke trainer.
Think, about what you would like to practice in the conversation lesson with your personal trainer.
Hieronder vind je de printout van hoofdstuk 3, als wallpaper voor op je toilet.
