die versus dat
Vergelijk die en dat, in deze twee zinnen:
- Dit is de laptop, die ik gisteren heb gekocht.
- Ik vind, dat we elke vrijdag vrij van werk moeten zijn.
In zin 1 refereer je aan een noun, met die
In zin 2 refereer je aan een verb, met dat.
In deze gevallen introduceren beide die en dat complementen, addities, dus: verba aan het einde van deze zinnen.
oefening
