die versus dat

Vergelijk die en dat, in deze twee zinnen:

  1. Dit is de laptop, die ik gisteren heb gekocht.
  2. Ik vind, dat we elke vrijdag vrij van werk moeten zijn. 

In zin 1 refereer je aan een noun, met die

In zin 2 refereer je aan een verb, met dat.

 

In deze gevallen introduceren beide die en dat complementen, addities, dus: verba aan het einde van deze zinnen.

 

 

oefening